Dierenkliniek Julianadorp

Dierenkliniek Julianadorp


Sterilisatie & Castratie

Voor algemene info over operaties gaat u naar de pagina Operaties.


Bij een reu

Waarom? Castratie bij een reu kan wegens medische redenen worden gedaan, bijvoorbeeld bij testikeltumor, prostaatproblemen of voorhuidontsteking. Ook bij hyperseksueel gedrag of dominantie kan de ingreep hulp bieden. Castratie helpt niet als de hond druk is, vaak is dit gewoon het karakter.

Wanneer? De ingreep wordt vaak vanaf 6 maanden gedaan, bij dringende reden kan het in overleg eerder gebeuren. Castratie kan al op jonge leeftijd, maar de kans op incontinentie is groter als de reu te jong wordt gecastreerd.

De operatie Bij reuen wordt tijdens de operatie een sneetje bij het scrotum gemaakt, waarna de testikels worden verwijderd en de huid wordt dicht gehecht. De hond moet nuchter zijn voor de operatie, hij mag wel water gedronken hebben.

Alternatief Om de hond slechts tijdelijk onvruchtbaar te maken is het mogelijk door middel van een implantaat chemisch te castreren. De eerste drie weken kan de hond daardoor dominanter worden, maar daarna vermindert dit. Het implantaat werkt minimaal een half jaar.


Bij een teef

Waarom? Sterilisatie bij een teef kan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de hond niet meer loops, drachtig of schijndrachtig wordt. Ook kunnen zo baarmoederontsteking, melkkliertumoren en suikerziekte deels voorkomen worden.

Wanneer? De ingreep wordt vaak na de eerste loopsheid gedaan. Vaak gebeurt dit zo'n drie maanden na deze loopsheid.

De operatie Bij teven wordt tijdens de operatie een sneetje in de buik gemaakt, waarna de eierstokken worden verwijderd. Wanneer de baarmoeder er slecht uitziet, wordt ook deze weggehaald. De hond moet nuchter zijn voor de operatie, ze mag wel water gedronken hebben.


Bij een kater

Waarom? Castratie bij katers kan weglopen, vechten en sproeien voorkomen.

Wanneer? De ingreep wordt vaak vanaf 6 maanden gedaan. Mochten de gedragingen er al voor deze leeftijd zijn, kan hij dan al gecastreerd worden.

De operatie Bij katers wordt tijdens de operatie wordt er een sneetje gemaakt in het scrotum, waarna de testikels worden verwijderd.


Bij een poes

Waarom? Sterilisatie bij poezen voorkomt ongewenste nestjes. Ook verkleint de ingreep het risico op melkkliertumoren, die ontstaan onder invloed van hormonen. Daarnaast vermindert het krolsheid bij de poes.

Wanneer? De ingreep wordt vaak vanaf 6 maanden gedaan.

De operatie Bij poezen wordt tijdens de operatie een sneetje bij de navel gemaakt. Dan worden de eierstokken verwijderd, bij een gezonde baarmoeder is het niet nodig deze te verwijderen.


Bij een rammelaar

Waarom? Castratie helpt gedragsproblemen te voorkomen (vechten, bijten, sproeien). Ook kan het stinkende urine voorkomen. Daarnaast voorkomt het territoriumdrift, het vechten met andere konijnen en agressiviteit naar mensen.

Wanneer? Konijnen zijn tussen 4 maanden (kleine rassen) en 6-9 maanden (grote rassen) geslachtsrijp. Voortplanting wordt voorkomen door mannetjes (rammen) te castreren. Dit wanneer ze ongeveer 5-6 maanden oud zijn.

De operatie Voor de operatie mag het konijn, anders dan bij honden en katten, niet nuchter zijn. Tijdens de operatie wordt een klein sneetje gemaakt, waarna de testikels worden verwijderd. Vervolgens wordt het wondje gehecht. Na de operatie kan het konijn revalideren in de opname, waar de temperatuur zo wordt geregeld dat het dier niet onderkoeld raakt.

Na de operatie Het is belangrijk dat het konijn na de operatie niet aan de wondjes likt. In het geval dit wel gebeurt, moet het dier een kraag om. Bij warm en vochtig weer is het van belang om de wondjes in de gaten te houden. Zo kan voorkomen worden dat vliegen er eitjes op afzetten waardoor het konijn maden krijgt. Ook al is het mannetjes-konijn gecastreerd, is het dier tot 2-3 weken nog vruchtbaar. Het is dan ook raadzaam om het dier de eerste tijd binnen of in een afgesloten omgeving te laten.


Bij een voedster

Waarom? Sterilisatie verkleint het risico op baarmoederhalskanker aanzienlijk. Bij sommige rassen komt deze ziekte bij ruim 80% van de voedsters voor. Daarnaast voorkomt het territoriumdrift, het vechten met andere konijnen en agressiviteit naar mensen.

Wanneer? Konijnen zijn tussen 4 maanden (kleine rassen) en 6-9 maanden (grote rassen) geslachtsrijp. Voortplanting wordt voorkomen door vrouwtjes (voedsters) te steriliseren. Dit wanneer ze ongeveer 5-6 maanden oud zijn.

De operatie Voor de operatie mag het konijn, anders dan bij honden en katten, niet nuchter zijn. Tijdens de operatie worden zowel de eierstokken als de baarmoeder worden verwijderd. Na de operatie kan het konijn revalideren in de opname, waar de temperatuur zo wordt geregeld dat het dier niet onderkoeld raakt.

Na de operatie Het is belangrijk dat het konijn na de operatie niet aan de wondjes likt. In het geval dit wel gebeurt, moet het dier een kraag om. Bij warm en vochtig weer is het van belang om de wondjes in de gaten te houden. Zo kan voorkomen worden dat vliegen er eitjes op afzetten waardoor het konijn maden krijgt.